“Endspiel um den Euro”
en “Euro fält, Kasse leer - Sind wir bald alle pleite?”
kopt het Handelsblatt van vanmorgen.
Het is kennelijk nog niet doorgedrongen tot media en politiek (zeker in
Nederland) maar de euro is inmiddels al overleden, alleen nog niet
begraven.
Dit niet alleen door de massastakingen in Griekenland, Spanje en
Portugal
tegen de aangekondigde astronomische bezuinigingen en de toenemende
verontwaardiging van de Duitse en Nederlandse belastingbetaler aangaande
de
financiële steun aan deze landen.
Ook niet alleen door dat Zuid-Europees staatspapier massaal wordt
gedumpt (en
opgekocht door de ECB), de internationale beurzen rood kleuren, de
goudprijs
stijgt en de wisselkoers (en dus de koopkracht) van de euro almaar
verder
weg zakt.
Maar, zoals ik hier vorige week al schreef
, uitsluitend al door het feit dat deze absurde “reddingsoperatie”
een
rechtsgrond ontbeert en juridisch/verdragsrechterlijk is verboden.
Dat krijg je er van als politici zich gaan bezighouden met zaken waarvan
zij
geen of onvoldoende verstand hebben en zich daarbij bovendien nog eens
laten
leiden door ‘politieke’ belangen in plaats van het aanvaarden en
respecteren
van ‘economische’ en ‘juridische’ wetmatigheden.
Pyrrusoverwinning van Frankrijk
Zoals ik een maand geleden al
schreef , hebben we hier te maken met een Duits-Franse ‘politiek’
conflict van nog niet eerder gekend niveau waarbij de stabiliteit van
Europa
op het spel is komen te staan… en zeker niet alleen op
monetair-economisch
niveau.
De Duitse inzet hierbij is de waardevastheid van de euro en gebaseerd op
de
énige juridisch dwingende monetair-economische Verdragsnorm van
‘houdbare
prijsstabiliteit’ (koopkracht) welke als zodanig ook is geformuleerd in
de
statuten van de ECB.
Hierbij is financiële steun van het ene (sterkere) aan het andere
(zwakkere)
euroland logischerwijze dus uitgesloten en verboden.
De Franse inzet hierbij is juist ‘solidariteit’ in de eurozone. Zwakkere
eurolanden dienen financieel geholpen te worden door de sterkere. Ook al
gaat dat ten koste van de waardevastheid (koopkracht) van de euro en is
dat
dus verboden.
Naar inmiddels bekend geworden heeft president Sarkozy vorig weekend in
Brussel met zijn vuist op tafel geslagen en gedreigd dat Frankrijk uit
de
euro zou stappen indien Bondskanselier Merkel het “reddingsplan” van
Griekenland c.s. en de euro niet ‘politiek’ zou steunen.
Merkel heeft toen toegegeven. Maar haar zal het inmiddels ook wel
duidelijk
zijn geworden dat deze ‘Franse’ weg het einde is van Het Verdrag van
Maastricht en de euro in de huidige vorm.
De wisselkoers en dus de waardevastheid van de euro (koopkracht) is in
een
verdere vrije val geraakt en in Duitsland begint, zelfs vanuit de
hoogste
regionen van het bankwezen, openlijke rebellie uit te breken tegen deze
desastreuze weg naar het failliet van toch vooral de Duitse euro.
Zelfs als de Fransen tijdens de komende eurotop van deze week nogmaals
‘politiek’ zouden zegevieren en het “reddingsplan” vervolgens ook door
het
Duitse parlement zou worden geloodst dan is dit inmiddels al bij
voorbaat
een pyrrusoverwinning gebleken.
De financiële markten zijn immers terecht genadeloos en het kan niet
anders
dan dat Bundesverfassungsgericht in Duitsland vroeger of later een dikke
streep zal zetten door het Verdragsschendende “reddingsplan” van
Griekenland
c.s. en de euro.
Het “reddingsplan” is evenmin realistisch
Naast het feit dat het “reddingsplan” niet rechtsgeldig is, is het
(zoals de
markten genadeloos aantonen) evenmin realistisch.
Economische problematieken, zoals deze nu in Griekenland, Portugal en
Spanje
aan de orde zijn, kunnen in de praktijk, met naast herstructureringen
van
staatsschulden en begrotingen, uitsluitend succesvol opgelost worden
door:
a.) herstructurering, flexibilisering en innovatie van de nationale
economieën
én
b.) (voor méér slagkracht van de exportsector) devaluatie van de
nationale
munt.
Maar omdat de zwakkere Eurolidstaten nu aan de euro als gemeenschapsmunt
vastzitten, is deze laatste essentiële maatregel voor hen nu niet (meer)
mogelijk.
Het geven van financiële steun door de sterkere Eurolidstaten aan de
zwakkere
is juist hierom ‘structureel geld gooien in een bodemloze put’.
De europolitici (waaronder onze minister De Jager) houden echter -
vooralsnog
en tegen beter weten in - vast aan dit absurde plan en stellen daarbij -
geheel ten onrechte - dat er geen alternatief zou zijn.
Gelet op het bovenstaande is dus, vanuit economisch perspectief, de
énige
oplossing dat de zwakkere Eurolidstaten, juist in hun eigen belang, hun
munt
devalueren (anders is het voor hen dweilen met de kraan vol open).
Uitsluitend dan zouden zij vervolgens (met de deskundige hulp van het
IMF!) in
staat zijn in eigen huis orde op zaken te stellen.
De laatste maanden wordt er niet zonder reden en in toenemende mate ook
door
economen gepleit voor deze oplossing.
De criticasters van de euro, zoals deze per 1999 het levenslicht zag,
bestempelden de gemeenschapsmunt al vóóraf met een beperkte
houdbaarheidsdatum omdat de euro voorbehouden had moeten blijven aan de
economisch sterkere Europese landen met onderling convergerende
economieën.
Het zou onverantwoord zijn om ook de economisch zwakkere Europese landen
aan
de euro deel te laten nemen.
Door de toetreding tot de euro raken zij immers de monetair-economische
instrumenten kwijt om in moeilijke tijden hun economieën te stimuleren.
Hierbij valt te denken aan het wisselkoersbeleid (devaluatie van de
eigen
munt is niet meer mogelijk) en het rentebeleid (wordt nu eenduidig voor
de
gehele eurozone centraal in Frankfurt bepaald).
Deze waarschuwingen dat het vroeg of laat bij economische tegenwind fout
zou
lopen, zijn inmiddels helaas bewaarheid geworden met de (wellicht)
grootste
monetaire crisis internationaal ooit als gevolg.
Zowel de sterkere Eurolidstaten als de zwakkere betalen van deze
indertijd
foute ‘politieke’ beslissing nu de rekening.
De sterkere Eurolidstaten worden geconfronteerd met een ernstige
aantasting
van zowel de waardevastheid (koopkracht) van de euro als de stabiliteit
van
de eurozone.
Aan de zwakkere Eurolidstaten worden thans astronomische
bezuinigingsmaatregelen opgelegd waardoor hele volken - zonder
versterking
van hun economie en werkgelegenheid - in armoede vervallen. Deze mensen
zullen voor een acceptabel bestaan noodgedwongen moeten migreren naar de
sterkere Eurolidstaten.
En laten er nu wat het laatste betreft nou weer geen (wereldvreemde)
economen
gaan roepen dat dat zo prettig is en juist de bedoeling van de EMU.
Dus nu in allerijl op weg naar een Europact ‘Nieuwe Stijl’
Zoals ik al eerder heb betoogd dient het Europact - onder het motto
‘beter ten
halve gekeerd dan te hele gedwaald’ - nu hervormd en opgesplitst te
worden
in drie euromunten:
‘Euro I’ voor de sterke Eurolidstaten, ‘Euro II’ voor de middengroep en
‘Euro
III’ voor de zwakke broeders, iedere munt met eigen regels inzake
staatsschulden en begrotingstekorten.
‘Euro II’ en ‘Euro III’ zouden dan (zoals in het voormalige EMS) kunnen
fluctueren en direct devalueren t.o.v. van ‘Euro I’ teneinde de zwakkere
Eurolidstaten de broodnodige slagkracht op de exportmarkt terug te
geven.
Hierbij is het overigens onontkoombaar dat de staatsschulden van
Griekenland
c.s. (in een gecontroleerde Default onder leiding van het IMF)
geherstructureerd dienen te worden en dus voor een belangrijk deel
kwijtgescholden.
Voor de sterkere Eurolidstaten zouden hiermee dan tevens de (juridische)
grondregels van het EU-Verdrag van ‘houdbare prijsstabiliteit’ en het
‘bail-out verbod’ en dus de waardevastheid (koopkracht) van de euro (=
Euro
I.) worden gerespecteerd.
Terzijde maar niet geheel onbelangrijk: Er blijft dan voor de sterkere
Eurolidstaten nog een exportmarkt in Zuid-Europa bestaan.
Het uit het voetbal bekende systeem van promotie en degradatie (als ook
eliminatie) zou dan kunnen worden geïmplementeerd en de ECB zou voor de
drie
afzonderlijke eurovaluta een gedifferentieerd rentebeleid kunnen gaan
voeren.
Zo een hervormd Europact zou als bijkomend voordeel hebben dat de
Europese
landen die nog niet tot de euro kunnen/mogen toetreden dat dan
gemakkelijker
zouden kunnen door toetreding tot Euro III.
Op deze wijze zal de Eurozone dan (op termijn) internationaal gezien
zelfs aan
omvang en kracht kunnen winnen.
Hiermee zou er tevens een goede basis gelegd worden voor een verdere
‘politieke’ integratie in Europa die, zij het in beperkte mate,
noodzakelijkerwijze zal moeten plaats hebben ter waarborging van de
stabiliteit in Europa en versterking van de positie van Europa in de
wereld.
Vanzelfsprekend zal één en ander met de nodige ‘collateral damages’
gepaard
gaan. Maar deze schade is dan slechts incidenteel van aard.
Zo hebben bijvoorbeeld grote Europese banken de laatste jaren fors
belegd in
min of meer waardeloos Zuid-Europees staatspapier en zullen zij deze dus
voor een belangrijk deel dienen af te boeken.
Terzijde, onwetende Nederlandse spaarders, die twee jaar geleden hun
spaargeld
voor ‘een procentje meer’ parkeerden bij het door DNB vooraf
goedgekeurde en
later omgevallen Icesafe, werden kort daarna door sommige economen als
‘oliedom’ getypeerd.
De vraag rijst dan hoe we nu de banken moeten typeren die als
‘professionals’
met alle relevante feiten en kennis van zaken in handen sindsdien voor
‘een
procentje meer’ vol in min of meer waardeloos Zuid-Europees staatspapier
hebben belegd?
Vanzelfsprekend dienen deze banken zelf op de blaren te zitten en dienen
zij
slechts in uiterste gevallen met overheidsgeld (dus helaas onontkoombaar
weer met belastinggeld) overeind gehouden te worden om de stabiliteit
van
het financiële systeem te kunnen waarborgen.
Dit biedt dan weer wel de (tweede) kans om het bankwezen van
overheidswege te
hervormen en controleren op een wijze dat het bankwezen in de toekomst
nog
uitsluitend zal functioneren op het gebied van de maatschappelijke
kerntaak
inzake een deugdelijk en stabiel financieel systeem in het algemeen
belang
van de burgers, bedrijven en overheden.
Een hervormd Europact zal dus zeker (ook bij de belastingbetaler in
Nederland
en Duitsland) pijn gaan doen, maar deze pijn zal dan, zoals gezegd,
slechts
van incidentele aard zijn.
Vanzelfsprekend dient één en ander nog nader uitgewerkt te worden, maar
dit is
de énige juiste beslissing!
Met andere woorden: Nu in allerijl op weg naar een Europact ‘Nieuwe
Stijl’.
Terzijde, om het economische evenwicht in de wereld te herstellen, kan
het ook
zeker geen kwaad als landen met grote opkomende economieën (met name
China!)
hun munten nu eens gaan revalueren.
Voor voornoemd hervormd Europact is vanzelfsprekend wel de nodige
politieke
moed en daadkracht vereist. En snelheid is ook geboden!
Want als dit niet (snel) gebeurt dan zal hetzij het Europact exploderen
en
versplinteren hetzij het structurele monetair-economische en dus
financiële
‘failliet’ van de euro en de eurozone ons deel worden.
In beide gevallen zullen toenemende verdeeldheid en aantasting van de
(niet
uitsluitend monetaire en financiële) stabiliteit in Europa als bijkomend
gevolg optreden.
De dames en heren Europolitici (waaronder ook de Nederlandse) zij veel
wijsheid toegewenst!
André ten Dam is directeur van TEN DAM Juridisch Advies &
Rechtshulp te Rijswijk alsmede economisch en juridisch researcher op het
gebied van de euro, de EMU (Economische en Monetaire Unie) en het
Europese
Unie-Verdrag. Deze opinie is geschreven op persoonlijke titel.